Realiteitszin verstikt het politieke debat

[Opinie-artikel in de Volkskrant d.d. 17 sept. 2013]

De vraag moet worden gesteld of we niet in een technocratie in plaats van een democratie leven, betoogt politicoloog en publicist Gerard Drosterij.

‘Wientjes zal ook wel tegen de regen zijn.’ Zo pareerde Lodewijk Asscher op BNR Nieuwsradio de kritiek van VNO-NCW voorman Bernard Wientjes op 6 miljard aan nieuwe bezuinigingen. Wientjes had het gedurfd vraagtekens te zetten bij dat kabinetsbesluit, hetgeen getuigde van een irreële houding volgens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Zijn punt was: als je goed kijkt, zie je dat nieuwe bezuinigingen onvermijdelijk zijn. Ga je daarover zeuren, dan ben je blind voor de feiten.

Asscher ontpopte zich in het BNR-interview als een echte technocraat: het zijn de feiten waarnaar de politiek zich dient te schikken. Je kunt praten als Brugman, maar wanneer de cijfers voor zich spreken, dan dien je hen te respecteren. Anders moet je je mond houden.
Politiek voeren langs exacte lijnen is een aloude ambitie. Zij werd al verdedigd door Socrates. Hij meende dat met het vinden van de waarheid je automatisch weet wat te doen. Kennis leidt tot goed handelen.

Hollandse nuchterheid
Ook bij huidige politici staat deze zakelijkheid hoog op de agenda. Na jaren van cultuurrelativisme en kopen op de pof is het tijd voor Hollandse nuchterheid. De werkelijkheid onder ogen zien, luidt het devies. Dan volgen de oplossingen vanzelf.

Premier Rutte omarmt deze zakelijkheid van harte. Hij ziet zich graag als iemand die zich beperkt tot de feiten. Vandaar dat hij in zijn Schoo-lezing zijn toehoorders op het hart drukte: ‘Voor mij geen visie als format hoe het allemaal precies moet, of waar we over 25 jaar achter de komma uit moeten komen, maar wel als perspectief voor mensen.’ ‘Visie’ is een blauwdruk waarin staat hoe de realiteit moet veranderen, ‘perspectief’ een beeld dat schetst hoe we ons moeten aanpassen aan de realiteit. ‘Er is de harde realiteit van de crisis. Dat is waar we staan en wat ik nu in deze kabinetsperiode wil, is dat we ons aanpassen aan die nieuwe realiteit en zo zorgen voor herstel van het verdienvermogen van ons land, voor groei en houdbare voorzieningen.’

Ook voor Diederik Samsom, medearchitect van het kabinet, zijn de feiten heilig. Voor hem eveneens geen visie of ideologie, maar het eerlijke verhaal: ‘Want pas nu, in essentie een decennium te laat, beginnen we ons te realiseren dat de tijd van forse groei en makkelijke weggooi-economie echt voorbij is.’

De kiezer is bijzaak
In zijn Den Uyl-lezing van vorig jaar pleitte Samsom voor eenzelfde strenge zakelijkheid als Rutte. ‘Niet even rats rats, de ergste scherven aan de kant. Nee, de nieuwe realiteit vraagt om echte structurele oplossingen. De nieuwe realiteit vraagt juist om meer. Meer evenwicht, meer samenhang, meer gemeenschapszin, meer duurzaamheid, meer welzijn.’

Zo bezien is Rutte voor Samsom de perfecte partner in crime. Beiden zijn volledig overtuigd van de missie die zij zijn begonnen. En in dat proces is de kiezer bijzaak. Die gaf zijn vertrouwen weliswaar, maar dat was slechts het startschot voor iets veel groters. Samsom: ‘Louter regeren op basis van toevallige verkiezingsuitslagen en daarmee verband houdende coalities krijgt de platte kar niet ongeschonden de bocht door, dat kan de toekomst niet veilig stellen.’

Samsoms eerlijkheid is weliswaar innemend, maar verraadt ook zijn diepere drijfveren: Nederland structureel hervormen. In zijn ogen waren de succesvolle verkiezingen daarin slechts instrumenteel. Vandaar dat Rutte en Samsom bij Pauw & Witteman zonder gêne de hoop uitspraken twee kabinetsperioden vol te maken (hetgeen nu wel als een illusie kan worden gezien).

Technocratie
De vraag moet worden gesteld of we niet in een technocratie in plaats van een democratie leven. De politicus kan weliswaar niet om de kiezer heen, maar in zijn of haar hoofd spookt vooral die droom die werkelijkheid moet worden.

Het democratische aspect daarvan is slechts dat de kiezer in die droom moet gaan geloven; dat hij gaat inzien dat het voor zijn eigen bestwil is, dat ‘we moeten veranderen en oude zekerheden loslaten om nieuwe zekerheden binnen het bereik van mensen te brengen’ (Rutte). Of zoals Samsom het onomwonden stelde: ‘Het doel is belangrijk, niet de exacte route ernaar toe.’

In tegenstelling tot andere bestuursmodellen staat bij de technocratie niet de bestuurder centraal. Waar in een democratie de staat wordt bestuurd door het volk, in een monarchie door de vorst en in een oligarchie door een rijke bovenlaag, wordt de staat in een technocratie bestuurd door de kennis zelf. In die toestand zijn wij terechtgekomen: waar visie en ideologie uit het politieke woordenboek zijn geschrapt en de daadwerkelijke invloed van de kiezer miniem is, resteren politici met hun hang naar ‘realisme’ en ‘zakelijkheid’.

En daar zit een probleem. Wanneer een bestuurder zich boodschapper acht van een missie en ideologie alleen nog maar kan afficheren met het Oostblok, kun je hem of haar nauwelijks meer ter verantwoording roepen. Technocraten neutraliseren hun tegenstanders door zich te beroepen op de werkelijkheidszin die zij nu eenmaal bezitten. Daar valt geen speld meer tussen te krijgen.

Publieke discussie
Eigenlijk zou de democratie ons juist moeten behoeden voor dit soort technocratisch autoritarisme. Bestuurders met oogkleppen trekken normaliter bij omdat zij zich niet kunnen onttrekken aan de uitwisseling van meningen en argumenten. Na verkiezingen is een kabinet weliswaar gemandateerd te regeren, maar dat is nimmer een vrijbrief te doen wat het wil. Politiek kan zich niet onttrekken aan de publieke discussie over de inhoud van haar beleid.

Maar precies daar, in de botsing van ideeën, wordt het huidige probleem het duidelijkst zichtbaar: een politicus die overtuigd is van een missie, is weinig geneigd zijn of haar standpunten te wijzigen. Bijstellen van beleid vindt slechts plaats vanwege noodzakelijke compromissen om een voorstel überhaupt erdoor te krijgen, niet omdat tijdens de rit de mening vrijwillig wordt aangepast.

De ironie is dat met het instellen van het taboe op de ideologie sinds midden jaren negentig de onbuigzaamheid alleen maar is toegenomen. Politiek is als topsport of een topbaan: je stelt je doelen vast en voert hen onbewogen uit. Democratie beperkt zich dan tot het overtuigen van het publiek van het belang van je missie. In het Westen ontstond de democratie om de verleiding van de dictator zijn eigen wil uit te voeren in de kiem te smoren. Nu dienen we haar nieuw leven in te blazen om datzelfde met de technocraten te doen.

Advertenties

Een Reactie op “Realiteitszin verstikt het politieke debat

  1. De oppositie is enigszins theoretisch, maar ingekleurd door de opvallende nadruk van het kabinet op het accepteren van een onvermijdelijke realiteit. Daarbij komt die drang om te veranderen. Als beiden niet gepaard gaan met een enigszins overzichtelijk debat (iets waar de oppositie ook weinig aan bijdraagt haast ik mij te zeggen) dan blijft er ‘technocratie’ over.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s