Staatsvorming en democratisering in Nederland (1547-1848)


Dr. Gerard Drosterij    |   Amsterdam 1997

1 Staatsvorming in de Republiek


De Nederlandse Opstand, die gericht was tegen de Habsburgse overheersing, werd in een belangrijke mate beheerst door de vraag aan wie de toenemende staatsmacht toekwam, aan de vorst of aan de representatieve lichamen van het volk.
1 Een dispuut over de soevereiniteit van de Nederlanden in internationaal opzicht bestond er evenwel
nauwelijks. Bij monde van een coalitie van calvinisten, stedelijke burgerij
2 en prinsgezinden werd een historische traditie voortgezet waarin de onafhankelijkheid van de Nederlanden bedongen was. Reeds in 1464 had een 'nationale' vergadering plaatsgevonden van de Staten-Generaal, een soort parlementair lichaam waarin elk gewest vertegenwoordigd werd. Van deze bijeenkomst kan de lijn doorgetrokken worden naar de Unie van Utrecht (1579) en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (1588), na welke oprichting bleek dat regressie richting het middeleeuws absolutisme niet meer tot de reële mogelijkheden behoorde. Ondanks dat de Republiek vooral uit een opportunistische en defensieve reactie was voortgekomen,3 ontlokte ze bij haar inwoners in de loop van de 17de eeuw diepe gevoelens van vaderlandslievendheid en nationalisme.4
De Republiek was een vroege maar ook bijzondere telg uit de staatsvormingsgeschiedenis.5 Opgestuwd door
het gewest Holland — waar omstreeks 1625 ongeveer 40% van de inwoners van de Republiek woonde en bijna 60% van de Republiek's financiering6 vandaan kwam — was ze in de 17de eeuw een van de rijkste en machtigste naties van Europa.7 De kwestie, evenwel, waar binnen de Republiek de macht lag, was met de Westfaalse Vrede van 1648, waar de Republiek internationale erkenning ten deel viel, niet opgelost. Formeel gesproken lag de macht bij de Staten-Generaal, waarin elke stem van de gewesten gelijk telde, maar feitelijk ging de interne machtsstrijd tussen het ...
1 Kossmann (1980), pp. 60-63. Cf. Van Deursen (2004), pp. 137-138.

2 Deze burgerlijke stand in de Republiek verschilde duidelijk met de burgerij die in de achttiende eeuw van zich doet spreken. In de

Republiek was de stedelijke burgerij een elitair regenten-patriciaat dat zich niet geroepen voelde het primaat van democratie te proclameren, maar slechts voor vrijheid van economisch handelen. De achttiende eeuwse burgerij daarentegen was, geïnspireerd door de wetenschap van die tijd, de vertolker van het primaat van de democratie. Vergelijk Daalder (1989, p. 8) voor een algemene noot over het begrip 'burgerij': "In fact, the very notion of 'bougeoisie' (or 'bur-gerij') is in danger of being used in an altogether too comprehensive and anachronistic manner to serve adequately as descriptive categories or possible explanations".

3 Zie bv. Daalder (1981), p. 22.

4 Waarbij vermeld moet worden dat deze patriottische gevoelens door zowel de rekkelijken (vrijzinnig, republikeins) als de preciezen
(calvinistisch, Orangistisch) werden opgeëist. Zie Kossmann (1963), pp. 161-169.

5 Zoals Daalder (1981, p. 23) stelt: "[A]nyone who has tried to read up on (...) Dutch history before 1795, as distinct from the Province of
Holland alone, is well aware of the complications of making one 'story' from what are in fact a large number of seperate processes and events, both within and between distinct cities and regions. There are in fact few clear analyses of political developments in the Netherlands in terms of regional contrasts. What follows is therefore a tentative tale, which will point as much to analyses still to be done as to insights securely established". Dit onderstreept nogmaals de mate van speculatie en het trekken van grote lijnen van ons verhaal.

6 Ook in politiek opzicht was Holland dominant, getuige het feit dat de Staten-Generaal en de Staten van Holland in hetzelfde gebouw aan het

Binnenhof vergaderden en dat de Raadpensionaris van Holland een soort functie als Eerste Minister van de Republiek had. Stuurman (1993), p.

27. Cf. Daalder (1981), p. 27.

7 Bouman (1973a), p. 265. Cf. Stuurman (1993), p. 26: "De Engelse 'politieke rekenkundige' Gregory King heeft in 1696, met behulp van de

toen beschikbare gegevens, becijferd dat het inkomen per hoofd van de bevolking in de Republiek het hoogste van Europa en daarmee van de wereld was."

De Nederlandse Opstand, die gericht was tegen de Habsburgse overheersing, werd in een belangrijke mate beheerst door de vraag aan wie de toenemende staatsmacht toekwam, aan de vorst of aan de representatieve lichamen van het volk.
1 Een dispuut over de soevereiniteit van de Nederlanden in internationaal opzicht bestond er evenwel
nauwelijks. Bij monde van een coalitie van calvinisten, stedelijke burgerij
2 en prinsgezinden werd een historische traditie voortgezet waarin de onafhankelijkheid van de Nederlanden bedongen was. Reeds in 1464 had een 'nationale' vergadering plaatsgevonden van de Staten-Generaal, een soort parlementair lichaam waarin elk gewest vertegenwoordigd werd. Van deze bijeenkomst kan de lijn doorgetrokken worden naar de Unie van Utrecht (1579) en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (1588), na welke oprichting bleek dat regressie richting het middeleeuws absolutisme niet meer tot de reële mogelijkheden behoorde. Ondanks dat de Republiek vooral uit een opportunistische en defensieve reactie was voortgekomen,3 ontlokte ze bij haar inwoners in de loop van de 17de eeuw diepe gevoelens van vaderlandslievendheid en nationalisme.4
De Republiek was een vroege maar ook bijzondere telg uit de staatsvormingsgeschiedenis.5 Opgestuwd door
het gewest Holland — waar omstreeks 1625 ongeveer 40% van de inwoners van de Republiek woonde en bijna 60% van de Republiek's financiering6 vandaan kwam — was ze in de 17de eeuw een van de rijkste en machtigste naties van Europa.7 De kwestie, evenwel, waar binnen de Republiek de macht lag, was met de Westfaalse Vrede van 1648, waar de Republiek internationale erkenning ten deel viel, niet opgelost. Formeel gesproken lag de macht bij de Staten-Generaal, waarin elke stem van de gewesten gelijk telde, maar feitelijk ging de interne machtsstrijd tussen het ...
1 Kossmann (1980), pp. 60-63. Cf. Van Deursen (2004), pp. 137-138.

2 Deze burgerlijke stand in de Republiek verschilde duidelijk met de burgerij die in de achttiende eeuw van zich doet spreken. In de

Republiek was de stedelijke burgerij een elitair regenten-patriciaat dat zich niet geroepen voelde het primaat van democratie te proclameren, maar slechts voor vrijheid van economisch handelen. De achttiende eeuwse burgerij daarentegen was, geïnspireerd door de wetenschap van die tijd, de vertolker van het primaat van de democratie. Vergelijk Daalder (1989, p. 8) voor een algemene noot over het begrip 'burgerij': "In fact, the very notion of 'bougeoisie' (or 'bur-gerij') is in danger of being used in an altogether too comprehensive and anachronistic manner to serve adequately as descriptive categories or possible explanations".

3 Zie bv. Daalder (1981), p. 22.

4 Waarbij vermeld moet worden dat deze patriottische gevoelens door zowel de rekkelijken (vrijzinnig, republikeins) als de preciezen
(calvinistisch, Orangistisch) werden opgeëist. Zie Kossmann (1963), pp. 161-169.

5 Zoals Daalder (1981, p. 23) stelt: "[A]nyone who has tried to read up on (...) Dutch history before 1795, as distinct from the Province of
Holland alone, is well aware of the complications of making one 'story' from what are in fact a large number of seperate processes and events, both within and between distinct cities and regions. There are in fact few clear analyses of political developments in the Netherlands in terms of regional contrasts. What follows is therefore a tentative tale, which will point as much to analyses still to be done as to insights securely established". Dit onderstreept nogmaals de mate van speculatie en het trekken van grote lijnen van ons verhaal.

6 Ook in politiek opzicht was Holland dominant, getuige het feit dat de Staten-Generaal en de Staten van Holland in hetzelfde gebouw aan het

Binnenhof vergaderden en dat de Raadpensionaris van Holland een soort functie als Eerste Minister van de Republiek had. Stuurman (1993), p.

27. Cf. Daalder (1981), p. 27.

7 Bouman (1973a), p. 265. Cf. Stuurman (1993), p. 26: "De Engelse 'politieke rekenkundige' Gregory King heeft in 1696, met behulp van de

toen beschikbare gegevens, becijferd dat het inkomen per hoofd van de bevolking in de Republiek het hoogste van Europa en daarmee van de wereld was."

2 Lorem ipsum dolor sit amet

De Nederlandse Opstand, die gericht was tegen de Habsburgse overheersing, werd in een belangrijke mate beheerst door de vraag aan wie de toenemende staatsmacht toekwam, aan de vorst of aan de representatieve lichamen van het volk.
1 Een dispuut over de soevereiniteit van de Nederlanden in internationaal opzicht bestond er evenwel
nauwelijks. Bij monde van een coalitie van calvinisten, stedelijke burgerij
2 en prinsgezinden werd een historische traditie voortgezet waarin de onafhankelijkheid van de Nederlanden bedongen was. Reeds in 1464 had een 'nationale' vergadering plaatsgevonden van de Staten-Generaal, een soort parlementair lichaam waarin elk gewest vertegenwoordigd werd. Van deze bijeenkomst kan de lijn doorgetrokken worden naar de Unie van Utrecht (1579) en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (1588), na welke oprichting bleek dat regressie richting het middeleeuws absolutisme niet meer tot de reële mogelijkheden behoorde. Ondanks dat de Republiek vooral uit een opportunistische en defensieve reactie was voortgekomen,3 ontlokte ze bij haar inwoners in de loop van de 17de eeuw diepe gevoelens van vaderlandslievendheid en nationalisme.4
De Republiek was een vroege maar ook bijzondere telg uit de staatsvormingsgeschiedenis.5 Opgestuwd door
het gewest Holland — waar omstreeks 1625 ongeveer 40% van de inwoners van de Republiek woonde en bijna 60% van de Republiek's financiering6 vandaan kwam — was ze in de 17de eeuw een van de rijkste en machtigste naties van Europa.7 De kwestie, evenwel, waar binnen de Republiek de macht lag, was met de Westfaalse Vrede van 1648, waar de Republiek internationale erkenning ten deel viel, niet opgelost. Formeel gesproken lag de macht bij de Staten-Generaal, waarin elke stem van de gewesten gelijk telde, maar feitelijk ging de interne machtsstrijd tussen het ...
1 Kossmann (1980), pp. 60-63. Cf. Van Deursen (2004), pp. 137-138.

2 Deze burgerlijke stand in de Republiek verschilde duidelijk met de burgerij die in de achttiende eeuw van zich doet spreken. In de

Republiek was de stedelijke burgerij een elitair regenten-patriciaat dat zich niet geroepen voelde het primaat van democratie te proclameren, maar slechts voor vrijheid van economisch handelen. De achttiende eeuwse burgerij daarentegen was, geïnspireerd door de wetenschap van die tijd, de vertolker van het primaat van de democratie. Vergelijk Daalder (1989, p. 8) voor een algemene noot over het begrip 'burgerij': "In fact, the very notion of 'bougeoisie' (or 'bur-gerij') is in danger of being used in an altogether too comprehensive and anachronistic manner to serve adequately as descriptive categories or possible explanations".

3 Zie bv. Daalder (1981), p. 22.

4 Waarbij vermeld moet worden dat deze patriottische gevoelens door zowel de rekkelijken (vrijzinnig, republikeins) als de preciezen
(calvinistisch, Orangistisch) werden opgeëist. Zie Kossmann (1963), pp. 161-169.




De Nederlandse Opstand, die gericht was tegen de Habsburgse overheersing, werd in een belangrijke mate beheerst door de vraag aan wie de toenemende staatsmacht toekwam, aan de vorst of aan de representatieve lichamen van het volk.
1 Een dispuut over de soevereiniteit van de Nederlanden in internationaal opzicht bestond er evenwel
nauwelijks. Bij monde van een coalitie van calvinisten, stedelijke burgerij
2 en prinsgezinden werd een historische traditie voortgezet waarin de onafhankelijkheid van de Nederlanden bedongen was. Reeds in 1464 had een 'nationale' vergadering plaatsgevonden van de Staten-Generaal, een soort parlementair lichaam waarin elk gewest vertegenwoordigd werd. Van deze bijeenkomst kan de lijn doorgetrokken worden naar de Unie van Utrecht (1579) en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (1588), na welke oprichting bleek dat regressie richting het middeleeuws absolutisme niet meer tot de reële mogelijkheden behoorde. Ondanks dat de Republiek vooral uit een opportunistische en defensieve reactie was voortgekomen,3 ontlokte ze bij haar inwoners in de loop van de 17de eeuw diepe gevoelens van vaderlandslievendheid en nationalisme.4
De Republiek was een vroege maar ook bijzondere telg uit de staatsvormingsgeschiedenis.5 Opgestuwd door
het gewest Holland — waar omstreeks 1625 ongeveer 40% van de inwoners van de Republiek woonde en bijna 60% van de Republiek's financiering6 vandaan kwam — was ze in de 17de eeuw een van de rijkste en machtigste naties van Europa.7 De kwestie, evenwel, waar binnen de Republiek de macht lag, was met de Westfaalse Vrede van 1648, waar de Republiek internationale erkenning ten deel viel, niet opgelost. Formeel gesproken lag de macht bij de Staten-Generaal, waarin elke stem van de gewesten gelijk telde, maar feitelijk ging de interne machtsstrijd tussen het ...
1 Kossmann (1980), pp. 60-63. Cf. Van Deursen (2004), pp. 137-138.

2 Deze burgerlijke stand in de Republiek verschilde duidelijk met de burgerij die in de achttiende eeuw van zich doet spreken. In de

Republiek was de stedelijke burgerij een elitair regenten-patriciaat dat zich niet geroepen voelde het primaat van democratie te proclameren, maar slechts voor vrijheid van economisch handelen. De achttiende eeuwse burgerij daarentegen was, geïnspireerd door de wetenschap van die tijd, de vertolker van het primaat van de democratie. Vergelijk Daalder (1989, p. 8) voor een algemene noot over het begrip 'burgerij': "In fact, the very notion of 'bougeoisie' (or 'bur-gerij') is in danger of being used in an altogether too comprehensive and anachronistic manner to serve adequately as descriptive categories or possible explanations".

3 Zie bv. Daalder (1981), p. 22.

4 Waarbij vermeld moet worden dat deze patriottische gevoelens door zowel de rekkelijken (vrijzinnig, republikeins) als de preciezen
(calvinistisch, Orangistisch) werden opgeëist. Zie Kossmann (1963), pp. 161-169.

5 Zoals Daalder (1981, p. 23) stelt: "[A]nyone who has tried to read up on (...) Dutch history before 1795, as distinct from the Province of
Holland alone, is well aware of the complications of making one 'story' from what are in fact a large number of seperate processes and events, both within and between distinct cities and regions. There are in fact few clear analyses of political developments in the Netherlands in terms of regional contrasts. What follows is therefore a tentative tale, which will point as much to analyses still to be done as to insights securely established". Dit onderstreept nogmaals de mate van speculatie en het trekken van grote lijnen van ons verhaal.

6 Ook in politiek opzicht was Holland dominant, getuige het feit dat de Staten-Generaal en de Staten van Holland in hetzelfde gebouw aan het

Binnenhof vergaderden en dat de Raadpensionaris van Holland een soort functie als Eerste Minister van de Republiek had. Stuurman (1993), p.

27. Cf. Daalder (1981), p. 27.

7 Bouman (1973a), p. 265. Cf. Stuurman (1993), p. 26: "De Engelse 'politieke rekenkundige' Gregory King heeft in 1696, met behulp van de

toen beschikbare gegevens, becijferd dat het inkomen per hoofd van de bevolking in de Republiek het hoogste van Europa en daarmee van de wereld was."

3 Lorem ipsum dolor sit amet


De Nederlandse Opstand, die gericht was tegen de Habsburgse overheersing, werd in een belangrijke mate beheerst door de vraag aan wie de toenemende staatsmacht toekwam, aan de vorst of aan de representatieve lichamen van het volk.
1 Een dispuut over de soevereiniteit van de Nederlanden in internationaal opzicht bestond er evenwel
nauwelijks. Bij monde van een coalitie van calvinisten, stedelijke burgerij
2 en prinsgezinden werd een historische traditie voortgezet waarin de onafhankelijkheid van de Nederlanden bedongen was. Reeds in 1464 had een 'nationale' vergadering plaatsgevonden van de Staten-Generaal, een soort parlementair lichaam waarin elk gewest vertegenwoordigd werd. Van deze bijeenkomst kan de lijn doorgetrokken worden naar de Unie van Utrecht (1579) en de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën (1588), na welke oprichting bleek dat regressie richting het middeleeuws absolutisme niet meer tot de reële mogelijkheden behoorde. Ondanks dat de Republiek vooral uit een opportunistische en defensieve reactie was voortgekomen,3 ontlokte ze bij haar inwoners in de loop van de 17de eeuw diepe gevoelens van vaderlandslievendheid en nationalisme.4
De Republiek was een vroege maar ook bijzondere telg uit de staatsvormingsgeschiedenis.5 Opgestuwd door
het gewest Holland — waar omstreeks 1625 ongeveer 40% van de inwoners van de Republiek woonde en bijna 60% van de Republiek's financiering6 vandaan kwam — was ze in de 17de eeuw een van de rijkste en machtigste naties van Europa.7 De kwestie, evenwel, waar binnen de Republiek de macht lag, was met de Westfaalse Vrede van 1648, waar de Republiek internationale erkenning ten deel viel, niet opgelost. Formeel gesproken lag de macht bij de Staten-Generaal, waarin elke stem van de gewesten gelijk telde, maar feitelijk ging de interne machtsstrijd tussen het ...
1 Kossmann (1980), pp. 60-63. Cf. Van Deursen (2004), pp. 137-138.

2 Deze burgerlijke stand in de Republiek verschilde duidelijk met de burgerij die in de achttiende eeuw van zich doet spreken. In de

Republiek was de stedelijke burgerij een elitair regenten-patriciaat dat zich niet geroepen voelde het primaat van democratie te proclameren, maar slechts voor vrijheid van economisch handelen. De achttiende eeuwse burgerij daarentegen was, geïnspireerd door de wetenschap van die tijd, de vertolker van het primaat van de democratie. Vergelijk Daalder (1989, p. 8) voor een algemene noot over het begrip 'burgerij': "In fact, the very notion of 'bougeoisie' (or 'bur-gerij') is in danger of being used in an altogether too comprehensive and anachronistic manner to serve adequately as descriptive categories or possible explanations".

3 Zie bv. Daalder (1981), p. 22.

4 Waarbij vermeld moet worden dat deze patriottische gevoelens door zowel de rekkelijken (vrijzinnig, republikeins) als de preciezen
(calvinistisch, Orangistisch) werden opgeëist. Zie Kossmann (1963), pp. 161-169.

5 Zoals Daalder (1981, p. 23) stelt: "[A]nyone who has tried to read up on (...) Dutch history before 1795, as distinct from the Province of
Holland alone, is well aware of the complications of making one 'story' from what are in fact a large number of seperate processes and events, both within and between distinct cities and regions. There are in fact few clear analyses of political developments in the Netherlands in terms of regional contrasts. What follows is therefore a tentative tale, which will point as much to analyses still to be done as to insights securely established". Dit onderstreept nogmaals de mate van speculatie en het trekken van grote lijnen van ons verhaal.

6 Ook in politiek opzicht was Holland dominant, getuige het feit dat de Staten-Generaal en de Staten van Holland in hetzelfde gebouw aan het

Binnenhof vergaderden en dat de Raadpensionaris van Holland een soort functie als Eerste Minister van de Republiek had. Stuurman (1993), p.

27. Cf. Daalder (1981), p. 27.

7 Bouman (1973a), p. 265. Cf. Stuurman (1993), p. 26: "De Engelse 'politieke rekenkundige' Gregory King heeft in 1696, met behulp van de

toen beschikbare gegevens, becijferd dat het inkomen per hoofd van de bevolking in de Republiek het hoogste van Europa en daarmee van de wereld was."